Ik en jij

Ik kijk, jij kijkt terug
Ik vang een blik, hoor een kuch
Ik vraag je me aan te kijken
Maar je ogen doen niets anders dan ontwijken
Waar ik bang voor ben, vraag je mij
Waar we bang voor zijn, vragen we allebei

Je zegt genegen:
Kijk naar beneden en zie daar je eigen voeten
Bepaal zelf je koers, je eigen route
Ik ben het er niet mee eens en sputter tegen:
Kijk omhoog alsof iets daarboven verzacht
Kijk omhoog en aanschouw de sterren in de nacht

Eindelijk kijk je me aan en in je ogen zie ik mezelf kijken
Eindelijk kijk ik je aan en in mijn ogen zie ik dat ze op elkaar lijken
Eindelijk kijk ik je vol trots aan
Lief spiegelbeeld, we hebben nog heel wat jaren te gaan

Laten we doodgaan

Als ik bang ben dat we opgeslokt worden door de diepte van de oceaan.

En als niemand ons kan redden omdat ze de diepte van de zee niet kennen.

Laten we dan verdrinken in elkaars armen.

Laat ons smelten door de hitte van de zon.

Laten we verdwijnen in het vleugje wind dat het riet laat bewegen.

Laten we wegkwijnen in een grot van pijn.

Opdat niemand ons kan scheiden
of kan wegnemen.

Laten we sterven zonder iets te zeggen.

Doodgaan, verdwijnen en niet meer terug komen,

zoals niemand ooit heeft gedaan.

Een steen

Levenloos en alleen.
De wind praat met mij.
Maar neemt me niet mee.

Het doet pijn, hier te moeten liggen
stil en alleen.
Waar zijn mijn vrienden heen.
Ik zie er geen.

De zon brandt op mij
Stralen zonder effect.
Want ik,
ik ben een steen.

Soms vlieg ik door de lucht.
Met de druppels om mij heen.
Val ik in het water.
Levenloos en alleen.