Kevin aan het woord over de essentie van een memorial

Ik staar in het heldere stromende water. Verder dan de rand kan ik niet kijken, achter die rand begint de diepte. Het kletterende water beweegt zich naar beneden en verdwijnt in een vierkant gat. Vanaf geen enkele positie rondom deze giga vierkanten bak is te zien waar het water naar toe gaat. De namen van slachtoffers staan in 8cm grote letters gegraffereed in de randen van het bouwwerk. Je kunt ze 1 voor 1 aanraken en toch zal je hen nooit leren kennen. Zoals het leven, blijft het stromen, verdwijnt het in het niets en is het constant aanwezig.

‘Say cheese’
De essentie van een kunstwerk kun je alleen ervaren, delen en herinneren als je er bij stil staat en over nadenkt. Daarom fascineert mij het fenomeen van lachende, gek poserende jongeren op het concentratiekamp Auswitz of een uitbundige en luide groep mensen poserend bij het Holocaust Memorial in Berlijn. Ook in New York kom je het absurde fenomeen tegen bij het 9/11 memorial. Hoe heftig en ingrijpend deze aanslag ook geweest is, als je rondkijkt bij het memorial lijkt het meer op een ‘to do checklist’ die afgevinkt moet worden via Instagram foto’s dan op een gedenkplek.

Voorbij gaan aan de essentie
We bouwen prachtige memorials opdat we niet vergeten. Memorials die ons kunnen laten ervaren, die binnen dringen in onze ervaring waardoor we een moment opgenomen worden in de kunstmatige herinnering van de gebeurtenis. Maar op dit moment, terwijl ik over de rand kijk waar ooit het immense WTC heeft gestaan, vraag ik me af of we niet voorbij gaan aan de essentie. We maken een selfie, een geestige groepsfoto of een andere ongepaste pose en als je voor 15 minuten om je heen kijkt, is dat ook het enige wat de meeste mensen doen. ‘Klik’ en we kunnen door. Wat was het volgende? Oja, de Brooklynbridge. Let’s go!

Bo aan het woord over de essentie van een foto

3 maanden zijn we nu onderweg. Gisteravond bekeek ik wat foto’s op Kevin zijn telefoon. Er vloog van alles voorbij. Huh? Hebben we echt al zoveel gezien? In plaats van een gelukzalig en bevredigend gevoel kreeg ik het benauwd. Deze foto’s… Ze zijn het enige wat ik, naast mijn eigen herinneringen, nog heb van de afgelopen drie maanden. En aangezien ik heb ondervonden dat herinneringen slechts momenten zijn die vervliegen of vervormen, vertrouw ik die meestal niet. Deze foto’s bewezen maar weer hoe slecht we in staat zijn dagen te herinneren. Momenten, beelden, zinnen… dat gaat nog net. Maar van bepaalde foto’s wist ik niet eens meer waar of wanneer ze genomen waren.

We slapen bijna elke nacht op een andere plek. Zien zo’n 2 a 3 mooie, geweldige, avontuurlijke, bijzondere of bedroefde dingen per dag. Mijn hersens kunnen dat niet aan. En foto’s zijn voor mij een manier om orde aan te brengen in die spaghettichaos in mijn hoofd. Het is een brei van avonturen, mooie vergezichten, chilldagjes aan het strand, fijne gesprekken, leuke mensen en meer.

Even geen foto’s alsjeblieft
Sommige dagen vergeten Kevin en ik foto’s te maken. Voor Kevin geen probleem, aangezien hij zich niet hecht aan foto’s of opslagmateriaal. Voor mij een onzeker gegeven aangezien deze dag, dit moment, deze plek opgeslagen moet worden in mijn lange termijn geheugen. En dat is niet mijn sterkste kant. Natuurlijk, twee jaar geleden stond ik in New York op de Rockefeller. En wat viel het me tegen. Overal stonden mensen te duwen en te trekken voor die ene mooie foto. Er werden duizenden misschien wel tienduizenden foto’s gemaakt in enkele minuten en mijn mond viel open.

Ik wilde dit niet. Ik wilde niet leven vanachter een scherm. Ik wilde hier niet van genieten door een cameragaatje. Ik wilde dit beleven op mijn manier. Maar dat kon niet. Want zodra je vooraan stond het uitzicht te bekijken werd je weggestuurd. Foto maken en ruimte maken voor anderen, dat was de ongeschreven regel. Ik was boos, verontwaardigd, teleurgesteld en wilde naar beneden. Vlak voordat ik de lift in stapte, maakte ik snel even een foto. Voor in mijn fotoboek, want dat ik op de Rockefeller heb gestaan, moet wel bewaard blijven.