Met (wilde) dolfijnen zwemmen

Met (wilde) dolfijnen zwemmen

Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik vroeger geen dolfijnentrainer had willen worden. Elk meisje (en voel je maar lekker uniek als het niet zo is) heeft de droom om ooit met dolfijnen te mogen zwemmen of zelfs dolfijnentrainer te worden. Toch had ik mijn eerste keer met dolfijnen zwemmen heel anders voorgesteld.

Zwemmen op open zee

Samen met nog 11 anderen, hesen we onszelf in stinkende, dikke wetsuits van wel 6 cm dik. We zouden gaan zwemmen op open zee. Kevin had zijn pilletje tegen die gevreesde zeebenen al ingenomen. Kevin was een ‘watcher’. Samen met twee andere ‘watchers’ zouden zij op de boot blijven, foto’s maken en ons waarschuwen als de dolfijnen eraan kwamen.

Eenmaal op de boot voelde ik de zenuwen door mijn lijf gieren. Dit was niet zomaar zwemmen met dolfijnen in een zwembad, ergens op Curaçao of op de Canarische eilanden. Dat waren getrainde dolfijnen die trucjes hadden geleerd en waarbij het enkel ging om het plezier van de mens tegenover de gevangenschap van de dolfijn. (Oké, door het woord gevangenschap leg ik hier gelijk een waardeoordeel in, maar daar ga ik nu even niet op in.)

Hectordolphins, de kleinste dolfijn ter wereld

De eerste dolfijnen zagen we al snel. Ze waren zo klein met die prachtige mengeling van zwart en wit (wat samen grijs maakt). Het liet mijn hart, super cliché, sneller kloppen. We zagen een zeehond uit het water springen en de kleine blauwe pinguïn met zijn korte vleugeltjes door het water zwemmen.

De wilde dolfijnen met wie we zouden gaan zwemmen werden de Hectordolphins genoemd. Het is de kleinste dolfijn ter wereld en Akaroa is één van de weinige plekken waar je ze kunt spotten. De begeleidster vertelde dat ze geen gebruik mochten maken van onderwatergeluiden om ze te lokken of te voeren. Dit was ten strengste verboden en bij wet geregeld. Toch hebben ze keer op keer mazzel met één ontzettend mooie eigenschap: dolfijnen zijn onwijs nieuwsgierig.

De kracht van de oceaan

Daar gingen we, het ijskoude water in. De golven waren hoog en ik voelde me machteloos tegenover deze inmense zee. Wat een kracht, wat een stroming. Ik was naïef, dacht dat ik met mijn Nederlandse achtergrond wel aardig kon zwemmen. Niets bleek minder waar. Alles wat ik vroeger had geleerd verdween naar de diepte van de zee, met de stroming mee.

Zwemmen hoefde je niet te proberen, de zee bepaalde zelf wel waar je heen zou drijven. En dat laatste is wat wij dan ook deden. Je geeft je over en drijft. Ik dreef, tot ik van de boot geschreeuw hoorde: ‘Daar komen ze!’ En ja hoor, we zagen de eerste. Ik glunderde, voelde de angst en de adrenaline tegelijkertijd.

Ze verschenen en verdwenen tot ze af en toe tussen ons in zwommen. Eenje was zo dichtbij dat ik hem (of haar) kon aanraken. Wat ik niet deed, want dat was absoluut verboden. Menselijke bacteriën konden de dieren ziek maken, daarnaast waren het wilde beesten.

'Ik heb met dolfijnen gezwommen'

Ik heb met dolfijnen gezwommen maar ik heb ook niet met dolfijnen gezwommen. Vergelijken is namelijk bijzonder interessant. Vertel me niet hoe gaaf het was om met een dolfijn in een zwembad te liggen (ik heb namelijk geen idee) dan vertel ik niet verder over hoe gaaf het was met wilde dolfijnen te mogen zwemmen op open zee. Ik geef hierbij geen voorkeurshouding aan. (Wat überhaupt niet mogelijk is aangezien ik beide nog niet heb ervaren.)

Ik wil alleen aangeven dat met dolfijnen zwemmen niet hetzelfde is als met dolfijnen zwemmen.